English Nederlands

Veterinaire Verhalen over Vee


verteld door Leo Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne


Farm Animals
  • Cover
  • Opdracht
  • Colofon
  • Inleiding
  • Een big kon niet schijten
  • Plattelandspraktijk
  • Kalf afzagen
  • Slepende melkziekte
  • Kopziekte
  • Koeien onthoornen
  • Keizersnee
  • Doodliggen van biggen
  • Geitenverlossing
  • Schijndood
  • Kalfziekte
  • Scherp-in
  • Lebmaagverplaatsing
  • Drieling
  • Maden
  • Leverbot
  • Ringschimmel
  • Difterie
  • Mond- en klauwzeer
  • Boviene Virus Diarree
  • Bruls
  • Vruchtbaarheidsonderzoek
  • Onzichtbare uierontsteking
  • Vaarzenverlossing
  • Vee-verbetering
  • Auteur
  • 25. Vee-verbetering (ET, OPU en IVF)

    Om de veestapel te verbeteren worden de dochters van de beste koeien aangehouden om mee verder te fokken. Maar koeien krijgen niet meer dan één kalf per jaar en de helft van alle kalveren zijn stieren. Melkkoeien blijven gemiddeld maar tot circa hun vijfde jaar op het bedrijf en kunnen in die tijd vier kalveren voortbrengen. Dus krijgt een koe gemiddeld maar twee dochters. De vee-verbetering gaat op deze manier dus erg langzaam: er zijn tientallen jaren nodig om enige vooruitgang van betekenis te boeken in de erfelijke aanleg van de veestapel bijv. wat betreft het aantal geproduceerde liters melk en het eiwit- en vetgehalte daarvan.

    Embryotransplantatie (ET)
    Nadat een koe door de stier is gedekt of nadat zijn sperma bij de koe is ingebracht (de koe kunstmatig is geïnsemineerd), zijn in haar eileiders miljoenen zaadcellen aanwezig. Als dan uit de eierstok een eicel vrijkomt en in de eileider belandt, dringt één van die zaadcellen de eicel binnen. Met die bevruchting begint de ontwikkeling van het embryo, dat geleidelijk via de eileider in de baarmoeder belandt. Dat duurt bij de koe drie dagen. Na aankomst nestelt het zich in de baarmoederwand. Voordat het embryo daar vastzit, kan het uit de baarmoeder worden gespoeld en overgezet (getransplanteerd) in een andere koe, een zog. draagmoeder of ontvangster. Dat is embryotransplantatie (ET). De donor-koe kan daarna weer tochtig worden en opnieuw worden geïnsemineerd. Zo wordt van de beste koeien meer dan één kalf per jaar verkregen. Draagmoeders zijn de minder goede productiedieren en zij brengen op deze manier geen eigen nageslacht voort. Dus door embryotransplantatie wordt de selectie van de betere productiedieren versneld. ET wordt al sinds het begin van de jaren 1980 op Nederlandse melkveebedrijven toegepast.

    Superovulatie
    Het aantal kalveren van een donor-koe kan nog aanzienlijk worden vergroot door haar vóór de embryotransplantatie met hormonen te behandelen. De normale hormonale cyclus van koeien duurt drie weken. Ze worden dus om de drie weken tochtig en dan komt bij de eisprong (ovulatie) uit de eierstok meestal één eicel vrij. Maar door de koe tijdens haar cyclus met hormonen te behandelen, kunnen bij de ovulatie wel tien tot twintig eicellen vrijkomen. Dat heet superovulatie. De donor-koe wordt dan twee- of driemaal geïnsemineerd en een week later worden alle embryo's uit haar baarmoeder gespoeld. Vervolgens worden die onder de microscoop uit het spoelwater opgevist en deels direct bij draagmoeders in de baarmoeder ingebracht; de rest wordt ingevroren in vloeibare stikstof om later bij draagmoeders te worden geïmplanteerd.

    In de praktijk
    Ella 17 is een grote stamboek-koe met een prachtige uier en prima productieresultaten. De Ella-stam is de trots van de veestapel. Maar deze Ella kreeg maar één dochter: Ella 18. Haar andere kalveren waren stieren. Zo schiet het niet op met de vee-verbetering op het bedrijf. De boer vraagt daarom embryotransplantatie aan bij de KI-vereniging. Die levert het sperma voor de Kunstmatige Inseminatie (KI) en het draaiboek voor de ET. Daarin staan de dagen waarop Ella moet worden ingespoten met hormonen voor het opwekken van een superovulatie. Vier dagen later wordt ze hevig tochtig en ze wordt drie keer geïnsemineerd met sperma van een topstier. Een week later wordt haar baarmoeder gespoeld. In het water zitten elf embryo's. Daarvan worden er vier direct overgezet in draagmoeders en zeven worden ingevroren voor later gebruik. Maar van deze vier draagmoeders worden er twee een paar weken later tochtig. Dat betekent dat hun dracht is geëindigd doordat de ingebrachte embryo's dood zijn gegaan. Bij de andere twee verloopt de dracht voorspoedig. De zeven ingevroren embryo's worden, de een na de ander, ontdooid en bij draagmoeders geïmplanteerd. Ook bij hen verloopt de dracht daarna zonder problemen.
    Negen maanden na de eerste geslaagde embryotransplantaties worden twee kalveren geboren. Daarna groeit dat aantal geleidelijk aan tot in totaal negen: vijf vaarskalveren en vier stieren. De KI-vereniging koopt twee van die stiertjes: hun afstamming is uitstekend en als ze goed uitgroeien en aan alle eisen voldoen, worden ze nieuwe sperma-leveranciers voor de vereniging. Een van hen brengt het inderdaad tot KI-stier. Nadat een dochter van hem Nederlands kampioen wordt op de stamboekkeuring is hij (het vaderdier) zo populair bij de fokkers dat met de veertigduizend doses van zijn sperma niet meer kan worden voldaan aan de vraag.

    001

    vijf dochters verkregen door ET: Ella 19 t/m 23

    Ovum pick up (OPU)
    In 2014 wordt op de Nederlandse melkveebedrijven nog steeds embryotransplantatie toegepast. Maar de verbetering van de veestapel kan dan nog sneller. Een bedrijf dat is gespecialiseerd in fokkerij-technieken koopt in het hele land een paar honderd pinken uit de beste foklijnen van het stamboek. Van deze jonge vrouwelijke dieren worden zoveel mogelijk eicellen gewonnen door ovum pick up (OPU): door de schedewand heen wordt elke follikel in de eierstok aangeprikt en de eicel (ovum) wordt eruit gezogen (opgepikt). Dat gebeurt onder plaatselijke verdoving en op geleide van een echo via de endeldarm. Van elk dier worden zo per keer gemiddeld acht tot tien eicellen verkregen. En elke pink wordt twee keer per week geprikt. Dat levert in totaal veertig of meer bruikbare eicellen op per pink en zo worden in totaal een paar duizend eicellen gewonnen met hoogwaardig erfelijk materiaal.  

    In vitro fertilisatie (IVF)
    Elke eicel wordt in een aparte reageerbuis gedaan voor verdere rijping (gedurende een dag) en vervolgens wordt er een druppel stierensperma aan toegevoegd voor de bevruchting. Deze reageerbuis-bevruchting wordt in vitro fertilisatie (IVF) genoemd. Voor elke eicel kan daarbij het sperma van een andere stier worden gebruikt naar gelang de vraag van de fokkers. De reageerbuis met de bevruchte eicel wordt vervolgens gedurende een week in de broedstoof gezet en dan is het embryo dat zich heeft ontwikkeld klaar voor de implantatie bij een draagmoeder op het bedrijf van de koper. Of het kan in vloeibare stikstof worden ingevroren. Ovum pick up en in vitro fertilisatie zijn in de veehouderij van de 21e eeuw geen gynaecologische hoogstandjes meer, maar het is een commerciële productietechniek van hoogwaardig fokmateriaal. Hierdoor kan op bedrijven zoals dat van Ella 17 de vee-verbetering nog sneller gaan dan met embryotransplantatie alleen.

    Gesekst sperma
    Een melkveehouder is voor zijn productie alleen geïnteresseerd in vrouwelijk vee. Door het sperma van stieren te scheiden in de helft die alleen zaadcellen met het x-chromosoom bevat en de andere helft met alleen het y-chromosoom, kunnen na kunstmatige inseminatie uitsluitend vaarskalveren worden verwekt. Dit zogeheten gesekste sperma wordt nu al gebruikt op boerderijen in Nederland. Ook bij reageerbuisbevruchting kun je gesekst sperma gebruiken. Maar geslachtsbepaling van het embryo is ook mogelijk. De boer weet dus wat hij koopt bij zijn investering in zo'n embryo: een vaarskalf met de erfelijke aanleg voor een grote productie. Door de toepassing van al deze technieken is de vee-verbetering in een rengalop geraakt.


    002

    stikstofcontainer met sperma voor KI

    Mens
    Embryotransplantatie (ET), ovum pick up (OPU) en in vitro fertilisatie (IVF) zijn ook toepasbaar op mensen. Deze gynaecologische technieken kunnen nuttig zijn bij de behandeling van vruchtbaarheidsproblemen. Maar je kunt ze ook toepassen voor andere doeleinden: net als in de veehouderij kan de erfelijke aanleg van mensen hierdoor snel worden verbeterd in een bepaalde richting. Ethische overwegingen schuif ik even terzijde: het gaat hier alleen over de technische mogelijkheden.
    Bijvoorbeeld van een aantal hoogbegaafde studentes zouden elk een groot aantal eicellen verkregen kunnen worden door ovum pick up. Vervolgens kunnen die in een reageerbuis worden bevrucht. Voor het sperma zouden dan hoog-intelligente mannelijke wetenschappers geselecteerd moeten worden. De embryo's kunnen na een week bij draagmoeders worden geïmplanteerd of voor onbepaalde tijd worden bewaard in vloeibare stikstof. Op deze manier zouden ook van een top-atlete zo'n dertig of meer zonen of dochters geboren kunnen worden met verschillende mannelijke topatleten als vader, zonder dat de donor-atlete daarvoor zwanger zou hoeven te zijn. Het klinkt futuristisch maar is dat ook zo?

    In Iran worden deze technieken al enkele jaren op grote schaal toegepast bij vrouwen: in 2006 werden hiermee twintigduizend vrouwen behandeld in het Royan Institute te Teheran. En dat is in Iran maar één van de drieënveertig instituten waar deze technieken bij mensen wordt toegepast (Jan Leyers: De weg naar Mekka. Halewyck, 2007). Zijn er zoveel vrouwen onvruchtbaar in Iran? Of worden er op grote schaal bijv. potentiële wetenschappers gekweekt om straks de westerse wereld voorbij te streven? Het klinkt paranoïde. Maar als je erover nadenkt, is het wel griezelig.

    lees verder

    © Leo Rogier Verberne
    ISBN/EAN: 978-90-818362-4-1
    www.verberneboek.nl