English Nederlands

Veterinaire Verhalen over Vee


verteld door Leo Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne


Farm Animals
  • Cover
  • Opdracht
  • Colofon
  • Inleiding
  • Een big kon niet schijten
  • Plattelandspraktijk
  • Kalf afzagen
  • Slepende melkziekte
  • Kopziekte
  • Koeien onthoornen
  • Keizersnee
  • Doodliggen van biggen
  • Geitenverlossing
  • Schijndood
  • Kalfziekte
  • Scherp-in
  • Lebmaagverplaatsing
  • Drieling
  • Maden
  • Leverbot
  • Ringschimmel
  • Difterie
  • Mond- en klauwzeer
  • Boviene Virus Diarree
  • Bruls
  • Vruchtbaarheidsonderzoek
  • Onzichtbare uierontsteking
  • Vaarzenverlossing
  • Vee-verbetering
  • Auteur
  • 23. Onzichtbare uireontsteking (sportgeneeskunde van de koe)

    Als een koe vierenveertig liter melk per dag produceert maar haar productie daalt plotseling naar 'slechts' vijfendertig liter, wat mankeert dan zo'n koe? Ziek is ze niet, maar ze is ook niet in topconditie. En als zo'n daling van de melkproductie met circa twintig procent een aantal van de koeien overkomt, heb je een bedrijfsprobleem.

    Holstein-Friesian
    Tot de jaren zeventig (20e eeuw) dienden de koeien een dubbel doel: zowel de melk als hun vlees was van economisch belang. De Friese koe was daarin lange tijd wereldkampioen en werd naar alle windstreken geëxporteerd. Maar sindsdien werden aparte melk- en vleesrassen gefokt. Voor de melkproductie worden nu vooral Holstein-Friesians gebruikt. Die zijn in Amerika gefokt uit de van oorsprong Friese koeien en vandaar over de hele wereld verspreid, ook terug naar Nederland. Want ook hier worden nu op de melkveebedrijven voornamelijk Holstein-Friesians gehouden. Mede daardoor is de melkproductie per koe gestegen van ruim 5000 liter per jaar in 1984 naar circa 8000 liter gemiddeld in 2014. Maar behalve de erfelijke aanleg is vooral de voeding van het melkvee in die dertig jaar sterk verbeterd waardoor de productie met circa 60% kon toenemen.

    Voeren
    Tot de jaren zeventig liepen de koeien van april tot oktober dag en nacht in de wei. 's Winters werden ze op stal gezet en ze kregen dan kuilgras of hooi te vreten aangevuld met voederbieten. Nu, in de 21e eeuw, krijgt alleen het jongvee nog dag en nacht weidegang in de zomer; koeien komen niet meer buiten of maar enkele uren per dag. Want een dagproductie van veertig tot vijftig liter melk op alleen weidegras is niet mogelijk. Dat vereist een uitgekiend rantsoen. Daarvan vormen maissilage en kuilvoer de basis. Laboratorium-analyse van de mais- en de graskuil bepaalt welke producten daaraan toegevoegd moeten worden bijv. soja, aardappels of raapzaad; bierbostel, suikerbietenpulp of palmpittenschroot. Ook een mineralenmengsel wordt toegevoegd. Dat zogenoemde ruwvoer dient dag en nacht beschikbaar te zijn voor het melkvee en het wordt tweemaal per dag ververst. De restanten worden aan het jongvee en de droogstaande koeien gevoerd. Verder krijgt elke melkkoe individueel twee of drie soorten krachtvoer via de voercomputer, afgestemd op haar dagproductie en de percentages vet en eiwit in haar melk. In de stal staan daarvoor een aantal voerboxen die door een computer worden gestuurd. Daarin wordt elke koe herkend aan de transponder om haar nek of rond een van haar poten. Het voeren van melkvee is dus vakwerk geworden.

    002

    voergang met tractor

    Melken
    Op de meeste bedrijven worden de koeien twee keer per dag gemolken. Bij het gebruik van melkrobots vaker. Want de koeien kunnen zich dan de klok rond aanbieden om gemolken te worden. Gemiddeld gebeurt dat iets meer dan drie keer per etmaal. Daardoor wordt de melkproductie groter. Maar anno 2000 was de prijs voor een melkrobot circa € 100.000,- en voor honderd koeien heb je twee robots nodig. Het roterende melkplatform is een alternatief. Daarbij staan achtentwintig of nog meer koeien op een ringvormig platform dat langzaam ronddraait terwijl ze gemolken worden. In de 'melkput' staat de boer met de uiers van de koeien op ooghoogte. De productie van elke koe wordt gemeten en als die afwijkt van haar normale hoeveelheid wordt dat gesignaleerd. De geleidbaarheid van de melk is daarbij een indicator voor uierontsteking. In dat geval wordt de melk dan afgetapt zodat ze niet in de melktank komt. Als een koe is uitgemolken, stapt ze van het platform af en een volgende stapt er op. Het melken van de koeien is op een modern bedrijf dus een hightech bezigheid geworden die grote investeringen vergt. 

    003

    roterend melkplatform

    Productiedaling
    Een melkveehouder heeft gebeld omdat de productie van een aantal koeien al een paar dagen te laag is. Verder lijken ze volkomen gezond. Wat is hier aan de hand? De meest uiteenlopende oorzaken zijn daarbij mogelijk: tijdens tochtigheid zijn de dieren onrustig en ze vreten dan te weinig. Ze kunnen ook te weinig vreten omdat het ruwvoer niet smakelijk genoeg is. Het klauwbekappen kan te lang zijn uitgesteld waardoor enkele koeien pijnlijke poten hebben, eerder gaan liggen en minder vreten aan het voerhek. De toevoer van het krachtvoer naar de voerboxen stagneert als de voercomputer hapert of als een vijzel voor het transport vanuit de krachtvoersilo stuk is. Een silo kan met een verkeerde soort krachtvoer zijn bijgevuld. Het klinkt vergezocht maar het zijn allemaal praktijkgevallen en de meeste zijn meer dan eens voorgekomen.
    Het zoeken naar de oorzaak van een relatief geringe productiedaling bij koeien begint met een klinisch onderzoek van enkele koeien inclusief bloed- en melkonderzoek in het laboratorium van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Een koe die niet optimaal produceert, kun je vergelijken met een topsporter die onvoldoende presteert.

    004

    onderzoek van het hart

    Onzichtbare uierontsteking
    Enkele van de 'boosdoeners' staan aan het voerhek. Ze zijn een half uur geleden gemolken. Bij het klinisch onderzoek zijn weinig afwijkingen te vinden: de uiers zijn soepel maar de lymfklieren in de liezen zijn verdikt. De slotgaten aan de spenen zijn eeltig. Op mijn zwarte vierkwartieren-schaaltje trek ik uit elk kwartier een straal melk. Die ziet er normaal uit. Toevoegen van wat teepol (een zeepoplossing) maakt de melk afkomstig uit beide achterkwartiren slijmerig. Dat duidt op een te hoog celgetal. Daarom neem ik daarvan monsters voor bacteriologisch onderzoek.
    Maar waarom heeft de melkmachine dit niet gesignaleerd? Die meet de geleidbaarheid van de melk en die neemt toe als er meer zout in de melk zit. Dat gebeurt bij een acute uierontsteking. Maar bij een irritatie wordt geen extra zout in de melk uitgescheiden. Daardoor blijft de geleidbaarheid van de melk normaal, maar het celgetal is wel verhoogd. De melk lijkt volkomen normaal: de kleur, geur en smaak zijn niet veranderd. Daarom wordt dit 'onzichtbare uiereontsteking' genoemd. Maar de melkgift daalt wel.

    Irritatie
    Irritatie van uier en spenen wordt meestal veroorzaakt door de melkmachine: door tepelbekers die niet goed aansluiten rond de spenen; of door te grote vacuumschommelingen aan de speenpunten waardoor er te ruw aan de spenen wordt 'gezogen'. Dat maakt het slotgat eeltig waardoor het tepelkanaal na het melken onvoldoende wordt afgesloten. Daardoor kunnen bacteriën de uier binnendringen. Uit de melkmonsters van deze koeien werden in het laboratorium stafylokokken (S. aureus) gekweekt.

    Begeleiding
    Om zijn melkkoeien in topconditie te krijgen, heeft de boer een aantal bedrijfsbegeleiders nodig. Niet alleen een veearts maar ook de GD (laboratorium), de voerleverancier (rantsoenberekening), de installateur van de melkmachine (afstellen en onderhoud), de zuivelfabriek (melkcontrole) en de klauwbekapper. Als de melkproductie hapert is de koe de sleutel die leidt naar de oplossing. Dat is de 'sportgeneeskunde van de koe' die een grote uitdaging vormt voor het vakmanschap van de veearts. Zo heb ik dat althans ervaren.


    lees verder

    © Leo Rogier Verberne
    ISBN/EAN: 978-90-818362-4-1
    www.verberneboek.nl