English Nederlands

Veterinaire Verhalen over Vee


verteld door Leo Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne


Farm Animals
  • Cover
  • Opdracht
  • Colofon
  • Inleiding
  • Een big kon niet schijten
  • Plattelandspraktijk
  • Kalf afzagen
  • Slepende melkziekte
  • Kopziekte
  • Koeien onthoornen
  • Keizersnee
  • Doodliggen van biggen
  • Geitenverlossing
  • Schijndood
  • Kalfziekte
  • Scherp-in
  • Lebmaagverplaatsing
  • Drieling
  • Maden
  • Leverbot
  • Ringschimmel
  • Difterie
  • Mond- en klauwzeer
  • Boviene Virus Diarree
  • Bruls
  • Vruchtbaarheidsonderzoek
  • Onzichtbare uierontsteking
  • Vaarzenverlossing
  • Vee-verbetering
  • Auteur
  • 13. Lebmaagverplaatsing (een koe die niet vreet)

    Leb is het middel om melk te stremmen. Bij kalveren vindt die stremming plaats in de vierde en laatste maag, die daarom lebmaag wordt genoemd. Die bevindt zich bij het volwassen rund op de bodem van de buik ter plaatse van de navel. Bij het staande dier is dat het laagste punt tussen de vier poten, als je de uier niet meerekent. Aan de voorkant komt het voedsel de lebmaag in vanuit de boekmaag; aan de achterkant gaat het verder de darm in. De ingang vanuit de boekmaag en de uitgang naar de darm zitten vast op halve buikhoogte. Maar het middendeel ligt los op de buikbodem.

    Gasvorming
    Bij de voor-vertering van het voedsel in de pens, dat is de eerste maag, komt veel gas vrij. Voor een deel wordt dat opgeboerd, deels wordt het naar achteren afgevoerd via de lebmaag naar de darm. Door een koe veel krachtvoer te geven, kan de lebmaag dat gas niet vlug genoeg doorvoeren en vormt zich een gasbel. En zoals iedere gasbel wil die omhoog. Als de pens dan niet stevig genoeg gevuld is met ruwvoer om de weg naar boven te versperren, kruipt de lebmaag-met-gasbel naar boven. Meestal gebeurt dat aan de linkerkant tussen de pens en de buikwand. Daarbij draait de lebmaag dan om zijn lengteas en wordt de onderkant het hoogste punt. Bij de ingang vanuit de boekmaag en bij de uitgang naar de darm, de plaatsen die vastzitten, ontstaat dan een knik. Daardoor kan het gas niet meer weg: het zit in het middendeel opgesloten als in een ballon. En de kracht van een ballon met gas is groot: probeer maar eens om de luchtballon van een kind aan het touwtje onder water te trekken.

    Operatie of rollen
    Er zijn twee methoden om een naar boven verplaatste lebmaag weer op zijn normale plaats onder in de buik te krijgen: via een operatie bij het staande dier of na neerleggen en op de rug rollen van de koe. Tijdens de operatie bij het staande dier wordt de buik in de linker flank geopend en wordt de lebmaag krachtig omlaag geduwd. Zodra de knik aan de voor- en achterkant zich herstelt, stroomt het gas uit de lebmaag weg: deels via de boekmaag terug naar de pens en deels naar achteren de darm in. Het middendeel van de lebmaag wordt vervolgens onder aan de buikbodem vastgezet met een grote hechting. Je steekt die van binnen naar buiten naast de navel en knoopt hem aan de buitenkant af.
    Bij de tweede techniek wordt de koe neergelegd en op haar rug gerold. De gasbel in de lebmaag wil dan weer naar het hoogste punt in de buik en doordat de koe op haar rug ligt, is dat dan de navel. Dus precies de plek waar de lebmaag zich ook hoort te bevinden. Je steekt dan weer naast de navel, maar nu van buitenaf, dwars door de buikwand in de lebmaag en je knoopt die hechting weer af aan de buitenkant. Het resultaat van beide ingrepen is dus hetzelfde: zowel na de operatie bij het staande dier als na het rollen en steken bij de liggende koe zit de lebmaag met een hechting vast aan de buikbodem naast de navel.

    Wat is beter?
    Van beide technieken werden zeer uiteenlopende resultaten gemeld. Daarom hebben we ze in de eigen praktijk vergeleken. We hebben tien koeien staande geopereerd en tien andere gerold. De nabehandeling was in zoverre gelijk dat de dieren gedurende tien dagen daarna geen krachtvoer kregen. Het ruwvoer was niet op elke boerderij hetzelfde: de praktijk is nu eenmaal geen onderzoeksinstituut. Vervolgens werd de krachtvoergift geleidelijk opgevoerd naar het volledige rantsoen. Het duurt naar schatting drie weken tot de lebmaag stevig zit vastgegroeid aan de buikbodem. Een paar maanden na de ingreep waren nog zeventien van de twintig koeien op de bedrijven aanwezig: drie dieren uit de groep die was gerold, waren afgevoerd vanwege complicaties die een buikvliesontsteking deden vermoeden. De overgebleven koeien deden het goed: ze produceerden een hoeveelheid melk die niet onderdeed voor de andere dieren op hetzelfde bedrijf. Het rollen ging sneller en gemakkelijker, maar de staande operatie gaf een beter resultaat.

    Terugval
    Maar jaren later ging het slecht met onze lebmaagkoeien: de helft van de behandelde dieren werd na verloop van korte tijd afgevoerd. Dat bleek uit de administratie van het veefonds (de onderlinge veeverzekering). Hoe kwam dat?
    Intussen was de melkproductie op de bedrijven geweldig gestegen. De koeien kregen niet langer voornamelijk gras maar veel gehakselde mais en twee- tot driemaal zoveel krachtvoer. Het aantal lebmaagverplaatsingen was enorm toegenomen. Niet verwonderlijk want krachtvoergift en lebmaagverplaatsing vertonen een sterke correlatie: hoe groter de krachtvoergift hoe meer kans op een lebmaagverplaatsing. Maar waardoor kregen de koeien, die nog altijd op dezelfde manier werden behandeld, nu zoveel meer problemen?

    Lebmaagverplaatsing. 1970: koe geeft 15 liter melk per dag

    1984: 15 liter melk per dag


    Lebmaagverplaatsing. 2000: koe geeft 50 liter melk per dag

     2014: 50 liter melk per dag

    Krachtvoer
    Na de ingreep zit de lebmaag vastgehecht aan de buikbodem. Maar een stevige vergroeiing ter plaatse vergt naar schatting drie weken. Tot die tijd moet de vorming van een nieuwe gasbel in de lebmaag vermeden worden. De hechtdraad weerstaat die trekkracht wel, maar de wand van de lebmaag niet: die scheurt uit en verplaatst zich dan opnieuw naar boven. Daarom mag de eerste dagen na de ingreep geen krachtvoer worden gegeven en moet de krachtvoergift vervolgens heel geleidelijk worden opgevoerd. En daar ging het fout, zo bleek bij de controle van de behandelde koeien: ze kregen al kort na de ingreep een flinke hoeveelheid krachtvoer. Want veel boeren zijn bang dat een koe die in het begin van de lactatie niet volop wordt gevoerd, zal achterblijven in de melkproductie.

    Onvoldoende melkproductie
    Er wordt een visite gevraagd voor twee koeien op hetzelfde bedrijf. Ze blijven achter in de melkproductie terwijl ze pas enkele dagen geleden hebben gekalfd. Bij onderzoek blijkt dat ze beide een lebmaagverplaatsing hebben. Ik heb ze nog dezelfde dag staande geopereerd. De volgende dag doen ze het allebei goed. Maar de tweede dag is er één niet in orde. Bij onderzoek blijkt de lebmaag opnieuw te zijn verplaatst. En jawel hoor: ondanks duidelijke instructie kregen ze volop krachtvoer. "Anders kunnen ze geen melk geven en daar heb ik ze voor" is het commentaar van de boer. Dat die mindere melkproductie maar tijdelijk is en na enkele weken helemaal zal herstellen, wil er bij hem niet in. De ene koe is geslacht, de andere heeft het gered ondanks het krachtvoer.
    Het veranderen van voergewoonten is bij veehouders een erg gevoelig punt: het gaat om hun vakmanschap als boer en dat raakt hen in hun eer. Een boerengezegde luidt: 'Eigenwijs is ook wijs.' Maar in dit geval was het toch jammer van de koe.


    lees verder

    © Leo Rogier Verberne
    ISBN/EAN: 978-90-818362-4-1
    www.verberneboek.nl