English Nederlands

Veterinaire Verhalen over Paarden


verteld door Leo Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne


Paarden
  • Cover
  • Opdracht
  • Colofon
  • Inleiding
  • Hoefbevangen
  • Kreupelheidsonderzoek
  • Plattelandspraktijk
  • Castreren
  • Klophengst
  • Dampig
  • Infarctkoliek
  • Droes
  • Aankoopkeuring
  • Hoefkatrol
  • Natuurlijk dekken
  • Paardenverlossing
  • Veulenziekte
  • Draadwond
  • Rugpijn
  • Hormoonspuit
  • Baarmoederontsteking
  • Bolspat
  • Verkeersongeluk
  • Dichtzetten
  • Tweelingdracht
  • Hoofdwond
  • Zadelmak maken
  • Auteur
  • 23. Zadelmak maken

    Hoe leer je een paard om een zadel en het gewicht van een ruiter op zijn rug te verdragen? Vroeger werd zo’n paard ‘ingebroken’: verzet werd met geweld gebroken. Lichamelijke en vooral geestelijke paardenmishandeling was dat: de dieren waren doodsbang. De Amerikaan Monty Roberts bracht daar verandering in: hij vraagt de paarden om medewerking in hun eigen lichaamstaal. Ze begrijpen wat hij wil en ze werken mee, zonder dwang. Hij is er wereldberoemd door geworden. In Nederland hebben we ook zo’n paardenkunstenaar. Hij maakt paarden zadelmak op zijn eigen manier. Zonder geweld of straf en in minder dan een half uur.

    Gert van den Hof
    In het hippisch centrum te Wanrooij is een demonstratie georganiseerd van het zadelmak maken van paarden door Gert van den Hof. Die naam heb ik nooit eerder gehoord. In de overdekte rijhal staat aan de korte kant een tribune, maar de meeste belangstellenden staan bij de kantine met een beker koffie. Het is januari en het is fris in de hal. De ‘lady speaker’ heet de bezoekers welkom en ze stelt Gert voor: een man van een jaar of veertig in een rijbroek, zonder sporen of zweep. En hij draagt geen cap. Dat is niet naar de zin van de gastvrouw, want overal hangen bordjes dat het dragen van een cap bij het rijden verplicht is. Hij krijgt dus zo’n hoofddeksel op en om z’n hals wordt een microfoontje bevestigd.

    Paard 1
    Dan moet iedereen de manegebak uit en het eerste paard wordt binnengebracht. Het is een driejarige ruin. Gert heeft hem nooit eerder gezien. Het dier kent het halster maar verder niks: hij is nog groen. De ruin is nerveus en kijkt schichtig rond. Gert neemt het halstertouw over en vraagt naar de afstamming. De eigenaar noemt de namen van de vader en de grootvader. “Dat is springbloed” zegt Gert. En daar laat hij het bij. Hij blijkt een man van weinig woorden. Hij loopt met het paard een rondje door de rijbak. De ruin kijkt met grote ogen rond en schrikt van alles wat hij ziet. Hij blaast van angst door wijd-open neusgaten. Gert zet hem stil vóór de tribune.

    Beenkap
    Hij krijgt twee beenkappen aangereikt. Ze moeten voorkomen dat het paard zich blesseert als hij dadelijk rare bokkensprongen maakt. Behalve het zadel zijn het de enige hulpmiddelen die hij vanavond gebruikt. Hij strijkt langs de hals van het paard en over het linker voorbeen omlaag. Het paard stampvoet fel. Rustig herhaalt hij de handeling: Pats! weer een trap van het voorbeen. Hij strijkt opnieuw langs de hals en over het been. Nog eens; en weer. Rustig en zonder een woord doet hij dat; geen enkele keer wordt hij kwaad. Als het paard tenslotte stil blijft staan, doet hij de beenkap rond de pijp (het onderbeen) en plakt de klittebanden vast. Dan hetzelfde ritueel aan het rechter voorbeen. Dat duurt minder lang.

    Zadel
    Het zadel wordt aangereikt. Zonder omwegen legt hij het op de paardenrug. De ruin verstijft, maar beweegt niet, stokstijf van de spanning. Gert laat aan de rechterkant de singel neer en loopt terug naar links. Het paard volgt hem met de ogen, maar beweegt niet. De singel wordt aangegespt. Dat provoceert buikspanning; tot op de tribune is dat te zien. Gert besteedt er geen aandacht aan, trekt de singel strak en zegt: “Hij moet even aan het zadel wennen”. Dan loopt hij met het dier vooruit. Bij de eerste stap barst de spanning los: het paard maakt bokkensprongen in alle richtingen; trapt wild naar vóór en naar achteren: dat rare ding op zijn rug moet eraf. Gert loopt door met het halstertouw in de hand. Hij kijkt niet om en de ruin moet dus wel vooruit. Hij springt weer omhoog, kromt z’n rug, slaat fel achteruit; springt naar links en naar rechts. Gert wandelt gewoon voort door de manegebak. Even later staakt het paard zijn verzet. Ze stappen samen nog een rondje en dan zet Gert hem weer voor de tribune neer. Hij trekt de singel nog wat strakker. De ruin reageert niet.

    Ruiter
    Hij staat links van het paard en pakt de stijgbeugel; kijkt hem van opzij even aan en steekt z’n linker voet in de beugel. Die voet draait hij met de tenen naar voren, naar het hoofd van het paard: zo stoot hij niet met de punt van z’n laars in de ribben. Hij gaat in de stijgbeugel staan, steunend op z’n linkervoet en houdt zich vast aan de vóór- en de achterkant van het zadel. De spanning onder de toeschouwers stijgt. Als het paard nu net zo bokt als daarnet, wordt hij gelanceerd. Maar de ruin beweegt niet. Gert tilt rustig z’n rechterbeen over het zadel en steekt die voet in de stijgbeugel aan de andere kant. Als hij gaat zitten, schiet het paard plotseling vooruit als een pijl uit de boog, in een rengalop en hij begint te bokken: het hoofd omlaag, de rug gekromd in wilde sprongen: dat gewicht op z’n rug wil hij kwijt. Gert leunt voorover ‘in verlichte zit’; het halstertouw in één hand. Hij lijkt het allemaal amusant te vinden. Terwijl ze rondstuiven door de manegebak zegt hij in de microfoon: “Hij moet z’n spanning even kwijt. Dat kan wel een paar rondjes duren.” Hij heeft daarbij een grijns op z’n gezicht.

    001

    sturen zonder teugels

    Sturen
    Intussen is hij allerminst passief: terwijl ze rondstormen, zie je dat hij het paard stuurt met zijn gewicht: soms komt z’n achterste helemaal tot naast het zadel: zoals een motorcoureur die bij hoge snelheid in de bocht naast zijn machine gaat hangen. Na een ronde of acht wordt het bokken minder fel en de rengalop rustiger. Dan geeft het paard het op; het gaat over in draf en staat even later stil. Gert gaat rechtop in het zadel zitten. Maar dat is er voor het paard toch teveel aan: als hij het ruitergewicht op z’n rug voelt, reageert hij als door een slang gebeten. Als een raket vliegt hij weer rond door de bak. Deze keer duurt het minder lang, want hij wordt moe. Als hij hijgend stilstaat, vindt Gert dat het niet slecht gegaan is voor de eerste keer.

    Springen
    “Maar hij had toch springbloed? Zet dan maar eens een hindernis neer.” Ik geloof m’n oren niet. Nog geen kwartier onder de man; geen hoofdstel, geen teugels. Dit lijkt onmogelijk.
    Twee staanders en een paar balken worden binnengebracht. De ene balk komt op zo’n zestig centimeter hoogte tussen de staanders; de andere op de grond vóór de sprong. Gert klemt zijn benen tegen de paardenbuik en drijft het dier in de richting van de hindernis. Daar houdt het paard in. Hij wil eerst naar links en dan naar rechts om het obstakel heen. Maar Gert drukt door en warempel: het paard springt! Hij komt onhandig van de grond, bijna met vier voeten tegelijk, maar hij belandt aan de andere kant van de hindernis. Het publiek is stom van verbazing. Maar Gert vindt dit te min voor een paard met zo’n afstamming en drijft hem opnieuw naar de oefensprong. Het dier begrijpt hem nu een beetje en springt zonder zichtbare aarzeling. Er volgt nog een derde, keurige sprong. Dan vindt Gert het genoeg. “De eerste keer moet je ze niet teveel belasten.” Alles bij elkaar heeft het nog geen half uur geduurd.

    002

    oefensprong

    Stilte
    Het blijft stil in de rijhal; niemand klapt. Niet omdat de geleverde prestatie dat niet ruimschoots verdient; niet omdat het paard daarvan zou schrikken: van pure verbazing vergeet het publiek gewoon om te klappen. Dit lijkt wel magie. Alleen voor Gert is het doodgewoon. Hij stapt af en strijkt het paard langs de hals. Ze lopen samen naar de uitgang van de bak en hij geeft het halstertouw aan de eigenaar. Die vraagt verbouwereerd hoe het nu verder moet met het zadelmak maken van zijn paard. Maar dat vindt Gert een vreemde vraag: “Hij ìs nu zadelmak! U kunt hem gewoon elke dag gaan berijden. Niet te lang in het begin.” De eigenaar kan dat zo vlug niet bevatten. En ook onder de toeschouwers is de aarzeling te voelen.

    Paard 2
    Dan komt een schimmel aan de beurt. De merrie is zes jaar oud. Twee jaar eerder is een poging gedaan om haar zadelmak te maken, maar dat is mislukt: ze was onhandelbaar. Ze heeft het sterpredikaat van het stamboek en is voorlopig keur. In de pedigree (afstamming) prijkt het allerbeste dressuurbloed. Maar ze is eigenzinnig. Ze stampt furieus bij het omdoen van de beenbeschermers; de singel rond haar buik provoceert een explosie: ze bokt en trapt en weet niet van ophouden. Gert wacht geduldig tot ze is uitgekuurd. Hij loopt een aantal rondjes met haar door de rijbak en trekt de singel strakker: weer een aanval van heftig verzet. Dus wandelt hij nog een paar rondjes. Dan stijgt hij op. Nog voordat zijn rechtervoet in de stijgbeugel zit, stormt de merrie vooruit. Ze doet verwoede pogingen om hem af te werpen en ze houdt dat lang vol. Het deert Gert niet. Na vele ronden ‘wild west’ staat de merrie uiteindelijk uitgeput stil. Ze hijgt met wijd-open neusgaten; haar flanken slaan heftig heen en weer en schuim staat op haar hele lijf.

    Verwend
    Gert draait zich om in het zadel en strijkt met zijn hand over haar rug naar de staart. Maar deze dame heeft zich altijd verzet tegen alles wat haar niet beviel en daarbij heeft ze steeds haar zin gekregen. Dus dit laat ze niet zomaar toe. Ze gooit haar kont hoog omhoog en trapt met twee benen tegelijk achteruit. Hoe Gert daarbij in het zadel blijft zitten, begrijp ik niet. Maar hij verandert niet eens van houding en herhaalt de beweging. Weer die woedende trap. Dus nog een keer; en nog eens; en weer. Zijn geduld is onuitputtelijk. Ten langen leste geeft het verwende dier het op: tegen deze man is geen kruid gewassen. Ze blijft gelaten staan en geeft zich over. Voor het eerst in haar leven heeft ze haar zin niet gekregen. Gert stapt af, loopt met het paard naar de uitgang en geeft het halstertouw aan de eigenaresse. Die zwijgt; ze is totaal van haar stuk. M’n buurman op de tribune zegt voor zich heen: “Het lijkt wel of hij ze behekst.”

    Klein
    Dan is het koffiepauze. Daarna komen nog twee paarden. Maar ik wacht dat niet af. Ik stap in de auto en rijd stil naar huis. Wat hier werd vertoond, was in z’n eenvoud groots. En als ik getuige mag zijn van iets groots, voel ik me maar klein.


    lees verder

    © Leo Rogier Verberne
    ISBN/EAN: 978-90-818362-5-8
    www.verberneboek.nl