English Nederlands

Veterinaire Verhalen over Paarden


verteld door Leo Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne


Paarden
  • Cover
  • Opdracht
  • Colofon
  • Inleiding
  • Hoefbevangen
  • Kreupelheidsonderzoek
  • Plattelandspraktijk
  • Castreren
  • Klophengst
  • Dampig
  • Infarctkoliek
  • Droes
  • Aankoopkeuring
  • Hoefkatrol
  • Natuurlijk dekken
  • Paardenverlossing
  • Veulenziekte
  • Draadwond
  • Rugpijn
  • Hormoonspuit
  • Baarmoederontsteking
  • Bolspat
  • Verkeersongeluk
  • Dichtzetten
  • Tweelingdracht
  • Hoofdwond
  • Zadelmak maken
  • Auteur
  • 19. Verkeersongeluk

    Spoedgevallen in de paardenpraktijk betreffen vaak koliek, verlossingen, of verwondingen. De eerste hulp bij grote paarden-evenementen en bij ongelukken vereist speciale vaardigheden.

    Verkeersongeluk
    Op tweede Pinksterdag komt er een oproep van de rijkspolitie: op de A2 bij Rosmalen is een ongeluk gebeurd waarbij een paard is betrokken. Ik ben al in Rosmalen bij een concours hippique. Via de secundaire weg is het maar vijf minuten rijden naar de snelweg. Vanaf het viaduct zie ik een file tot over de Maasbrug in het noorden. Bij de toerit staat een motoragent het verkeer om te leiden. Nog voordat ik het raampje omlaag kan draaien om me bekend te maken, wenkt hij me om de snelweg op te rijden. Daar zijn twee van de drie rijbanen afgezet. Alleen op de meest linkse baan kruipt een file langs de vangrail: auto’s vol nieuwsgierigen sukkelen voort met de raampjes omlaag om niks te missen van deze sensatie.

    Trailer
    Op de middenbaan staat een jeep tegen de rijrichting in. Daarachter ligt een trailer op z’n kant; wat verwrongen en zonder dak. Grote stukken polyester liggen overal verspreid. Een brandweerauto staat ernaast. Mannen met helmen en in zwarte pakken zijn druk in de weer. Twee meisjes van een jaar of achttien staan er stilletjes bij. Ze zijn gekleed in rijbroek en ze zien heel bleek. Ze werden door de brandweermannen uit de jeep bevrijd en ze zijn er met de schrik vanaf gekomen.

    Paard
    Het paard ligt dertig meter verder, over de rechter rijbaan en de vluchtstrook heen onder de vangrail. Hij ligt plat op z’n linker zij met z’n neus in de rijrichting, dus andersom dan de jeep: toen hij door het dak van de trailer naar buiten werd geslingerd, moet hij dus in de lucht een salto hebben gemaakt. Hij leeft. Hij tilt z’n hoofd op en stoot daarbij tegen de onderkant van de vangrail. Z’n voorbenen maaien van vóór naar achter over het asfalt maar krijgen daarop geen grip. Op een afstandje staat een man dit allemaal aan te zien. Ik vraag of hij me wil helpen: het hoofd van het paard moet op de grond worden gedrukt zodat het dier zich niet nog verder beschadigt. Ik kan het dan in de halsader inspuiten.

    Vangrail
    Zo krijgt het paard een kalmeringsmiddel. Dan zegt een stem bij m’n oor: “Moet ik even een stukje vangrail wegknippen?” Een brandweerman kijkt me vragend aan. Die vangrail blijkt van dichtbij een massief stuk staal. Even wegknippen? De man tikt op een enorme schaar die hij vasthoudt. Een slang naar de brandweerauto levert de hydraulische knijpkracht. Maar ik wil eerst het paard onderzoeken. Hoofd, hals en rug lijken onbeschadigd. Vanaf de rugzijde betast ik, voor zover ik erbij kan, z’n benen en gewrichten. Ook die lijken intact. Waarschijnlijk kan de ruin dus zelf wel opstaan en lopen. Maar daarvoor moet hij eerst onder de vangrail vandaan.

    Opstaan
    Vier brandweermannen komen helpen. Twee pakken de staart en twee nemen het halstertouw om aan het hoofd te trekken. Eén, twee, drie: Ja! Tegelijk tilt de helper het paardenhoofd iets van het asfalt omhoog zodat het onderliggende oog niet wordt beschadigd. “Nog eens: één, twee, drie: Ja! Ja!" Het paard schuift onder de vangrail uit en ligt rustig op de vluchtstrook in een slaaptoestand: de kalmeringsspuit werkt. De brandweermannen willen hem takelen met banden onder zijn lijf door. Maar ik zeg dat dit niet nodig is: het paard kan nu zelf opstaan. Ze kijken naar het bewegingloze dier en denken er het hunne van. Het paard zucht eens diep en ligt er als bewusteloos bij. “Pas op voor de voorbenen als hij opstaat” waarschuw ik de man bij het hoofd. “En als hij opstaat, loop dan direct naar die trailer daar zonder te stoppen”. De man zegt niks, maar ‘die trailer daar’ is toevallig zijn eigendom. Dan stoot ik met twee knieën tegelijk in de ribben van het paard: “Kom op! Vort!” Het dier tilt zijn hoofd op en steekt zijn voorbenen ver vooruit. Hij vouwt de achterbenen onder z’n buik en staat in één beweging op. “Vooruit! Vort!”

    Laden
    Ik grijp z’n staart en ga eraan hangen met m’n voeten vooruit als om hem af te remmen. Dat is om wankelen en vallen te voorkomen: je bent zo een soort staartroer. Want het dier is slap van de spuit en de benen zijn dof van het liggen. En er is van alles gekneusd. Het is wel een raar gezicht een man die zo aan de staart van een paard hangt, maar het werkt. De onbekende helper ondersteunt het hoofd en stuurt het paard naar de trailer zonder een woord te zeggen. Het verloopt vlekkeloos alsof het dagelijkse routine is. Zonder te stoppen loopt hij in één ruk de laadklep op en de trailer in. Hij steekt het halstertouw door het oog aan de voorwand en legt er een paardensteek in. De ruin is nat van het zweet en trilt over z’n hele lichaam. In de trailer zoekt hij steun tegen de zijwand. Ik loop terug naar m’n auto voor een pijnstillende injectie. Zijn spieren gaan nu opzwellen door de kneuzingen en dan wordt hij stijf. Om hem in beweging te kunnen houden en de bloedstroom in zijn spieren te stimuleren, zijn pijnstillers nodig.

    001

    laden op de A2

    Nabehandeling
    De meisjes zijn weer op verhaal gekomen en ze hebben naar huis gebeld. De een zal bij het wrak van de trailer op haar vader wachten; die is al onderweg. De ander rijdt mee met de behulpzame man en het paard om de weg naar huis te wijzen. Voor de nabehandeling geef ik haar pijnstillende pasta’s mee. Bij thuiskomst moet het paard eerst worden gedouched en daarna drooggetrokken met een zweetmes. Vervolgens dient hij onder een dubbele deken te worden afgestapt. Ook de dagen daarna moet er een paar keer per dag mee worden gewandeld. De jeep en de gehavende trailer zijn op de vluchtstrook gezet, de rijbanen zijn schoongeveegd en het verkeer raast weer voorbij over drie rijstroken. Voor de meisjes en voor het paard is dit ongeluk onbegrijpelijk goed afgelopen: middenin de verkeerspiek van Pinksteren! Het herstel van de chaos heeft nog geen uur geduurd.
    Als je bij een ongeluk onverhoopt in je auto bekneld raakt, mag je toch hopen, nee bidden, dat zo’n politie- en brandweerteam voor je klaarstaat.  

    Studio sport
    Een tijdje later komt op de televisie iets over paardensport: er is een nieuwe bondscoach benoemd voor de Nederlandse springruiters. De man wordt geïnterviewd. Hij komt me bekend voor, maar ik weet eerst niet waarvan. Even later valt toch het kwartje: dit is de man die me destijds heeft geholpen bij dat ongeluk met het paard op de A2. Bert Romp is zijn naam.


    lees verder

    © Leo Rogier Verberne
    ISBN/EAN: 978-90-818362-5-8
    www.verberneboek.nl