English Nederlands

Veterinaire Verhalen over Paarden


verteld door Leo Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne


Paarden
  • Cover
  • Opdracht
  • Colofon
  • Inleiding
  • Hoefbevangen
  • Kreupelheidsonderzoek
  • Plattelandspraktijk
  • Castreren
  • Klophengst
  • Dampig
  • Infarctkoliek
  • Droes
  • Aankoopkeuring
  • Hoefkatrol
  • Natuurlijk dekken
  • Paardenverlossing
  • Veulenziekte
  • Draadwond
  • Rugpijn
  • Hormoonspuit
  • Baarmoederontsteking
  • Bolspat
  • Verkeersongeluk
  • Dichtzetten
  • Tweelingdracht
  • Hoofdwond
  • Zadelmak maken
  • Auteur
  • 2. Kreupelheidsonderzoek

    Een paard dat onregelmatig loopt, wordt kreupel genoemd en niet mank zoals bij de mens. Vaak is zo’n kreupelheid alleen te zien als het paard op een harde ondergrond loopt. Of juist niet: de beweging kan ook alleen onregelmatig zijn als hij zich op een zachte bodem voortbeweegt. Een complicatie bij een viervoeter is dat een probleem aan één been ook de bewegingen van de andere drie benen beïnvloedt. En het wordt nog moeilijker als de kreupelheid twee van de vier benen betreft.

    Amor
    “Opzij! Kijk uit! Dit is een Amor!” Uit de wachtruimte bij de patiënteningang van de Kliniek voor Heelkunde komt een man met zijn paard. Ze lopen over de monsterbaan naar de stallen. Hij heeft zijn arm gestrekt om het dier vooral op voldoende afstand te houden. Een dierverzorger neemt het paard van hem over en ze verdwijnen in de gang naar de stallen. De volgende dag blijkt uit het patiëntenverslag dat de ruin een zoon is van de hengst Amor. Die voert Trakehner bloed. Hij werd ingevoerd om rijpaarden te fokken voor de recreatie uit de Gelderse en Groningse werkpaarden. Hun werk in de landbouw is intussen grotendeels overgenomen door tractors. Voor de omvorming van werkpaard naar recreatiepaard werden hengsten geïmporteerd uit Duitsland, Engeland en Frankrijk. Daarvan was Amor bij de fokkers het meest populair: hij verwekte hier 1653 nakomelingen; werd door het stamboek tot keurhengst benoemd en preferent verklaard. Er is zelfs een standbeeld voor hem opgericht.

    Onderzoek
    Dit paard wordt aangeboden voor een moeilijke kreupelheid: soms loopt hij onregelmatig, dan draaft hij weer dagenlang normaal. Het signalement wordt opgenomen: ras, geslacht, leeftijd, kleur en aftekeningen. Chips om paarden te identificeren, bestaan dan nog niet. Daarna wordt het paard door een van de knechts gemonsterd: hij leidt het dier aan de hand over de monsterbaan. Dat is een grote ruimte met een harde bodem van asfalt. Er wordt daarbij gekeken naar eventuele onregelmatigheden in stap en draf, op de rechte lijn en op een cirkel. Maar er is geen kreupelheid te zien. Dan wordt dit op een zachte ondergrond herhaald in de aangrenzende manege. Ook daar zijn er geen problemen. Daarna terug naar de monsterbaan voor de buigproeven: van elk been worden een voor een de gewrichten gebogen en twee minuten aangespannen gehouden. Na elke buigproef moet het paard aandraven. Als er verborgen pijnlijkheid zit in of rond het betreffende gewricht loopt het dier daarna korte tijd kreupel. Elk gewricht komt aan de beurt, been na been. Aan een van de voorbenen blijkt de buigproef van de hoef een tijdelijke kreupelheid uit te lokken. Hij krijgt ter plaatse twee kleine injecties om een deel van die hoef te verdoven. Als daar de oorzaak zit van de kreupelheid is die dadelijk verdwenen. Daarna moeten er röntgenfoto’s van worden gemaakt. Hij gaat naar de smederij om zijn hoeven daarvoor te laten bekappen. Intussen vul ik het onderzoeksverslag in.

    Hoefstal
    Of ik even naar de smederij wil komen want daar gaat iets niet goed. Het paard staat in de hoefstal: vier buizen die rechtop in de betonnen vloer staan. Aan de voorkant zorgen twee dwarsbalken, een onder de hals en de andere er boven, dat het paard niet kan steigeren of naar voren uit de hoefstal springen. Aan de achterkant is een halfhoge deur van houten balken. Aan de zijkanten zitten tussen de staanders horizontale verbindingsstukken die het zijwaarts ‘uitbreken’ van het paard voorkomen. Twee brede banden kunnen onder de buik worden gespannen zodat het dier niet in de hoefstal kan gaan liggen. De ruin weigert zijn hoeven op te tillen om zich te laten bekappen. Dat wil zeggen: hij tilt ze wel op, maar alleen om er mee te slaan. Als hij maar even wordt aangeraakt, slaat hij bliksemsnel en hard. De banden onder de buik zijn al aangebracht. De twee smeden vragen om hem met een spuitje te kalmeren. Dat heb ik meegebracht. Het moet in de ader aan de hals worden gespoten. Maar hij is niet te benaderen: zijn voorbenen slaan furieus onder de balken door. Daarom krijgt hij een praam op. Dat is een hulpmiddel in de paardenhouderij: een stok met aan het eind een stevige, kleine lus. De lus wordt rond de bovenlip gelegd en met behulp van de stok aangedraaid.

    001

    praam

    Dat lijkt barbaars, maar het effect komt overeen met acupunctuur: er komen endorfinen vrij die het pijngevoel en de angst verminderen. Bij de meeste paarden is het mogelijk om zo kleine ingrepen te doen zonder bijkomende verdoving. Maar hier is het effect averechts: het opzetten van de praam provoceert een woedeaanval. Hij stort zich naar voren en trapt wild onder de balken door: links en rechts en met twee benen tegelijk. De vonken schieten onder zijn hoefijzers vandaan. Dan krijgt de achterdeur de volle laag: hij ramt zo hard tegen de balken dat ik vrees voor het breken van zijn benen. Hij moet een waas voor zijn ogen hebben: als een dolle gaat hij tekeer. Het davert door de smederij. Bij de deur ontstaat een oploop van nieuwsgierigen.

    Sedatie
    Hoe geef je zo’n stuk ongeluk een spuitje in de bloedbaan zonder zelf in het ziekenhuis of het mortuarium te belanden? De praam zit op zijn bovenlip en een smid houdt die vast. En wat een smid eenmaal in zijn handen heeft, laat hij niet los. Maar als ik dichterbij kom, ziet dit paard toch nog kans om zijn hoofd weg te draaien: alleen het wit van zijn ogen is te zien. Naast de stalen staander sta ik veilig. Met een gestrekte arm kan ik net zijn hals bereiken en met mijn duim de ader stuwen. Maar als ik prik, ontketent dat weer een aanval van razernij. De voorbenen slaan wild onder de balken door. Er komt een tweede praam op zijn bovenlip. Wegdraaien van het hoofd kan nu niet meer. Zo krijgt hij zijn spuitje. Daarna wordt hij aan zijn lot overgelaten. De nieuwsgierigen bij de deur vertrekken.

    Hangen
    Twintig minuten later is er niks veranderd. Een tweede injectie dan maar. Als ik rond de hoefstal loop, volgt hij me met de ogen. En als ik in zijn buurt kom, slaat hij snel en hard, naar voren en naar achteren. Dan leggen we lussen van dik touw bij elk van zijn voeten op de grond. En zonder het te beseffen stapt hij daar even later in. Elke voet wordt vastgebonden aan een staander. Dat veroorzaakt weer blinde woede, maar uiteindelijk staat hij onwrikbaar vast aan de hoefstal. Slaan is uitgesloten. Hij krijgt weer twee pramen op. Verder verzet is onmogelijk. Dat denken we. Maar nu hij niet meer kan aanvallen, laat hij zich door zijn benen zakken en gaat hangen. Liggen kan niet door de banden onder zijn buik: hij kan maar weinig omlaag. Toch wordt zijn keel nu dichtgedrukt door de balk onder zijn hals.

    Dood of spelen
    Even afwachten maar: als hij dadelijk benauwd wordt, zal hij wel weer op zijn benen gaan staan. Maar dat gebeurt niet: hij blijft hangen. Na een paar minuten begint het wit van zijn ogen blauw te kleuren. “Kom op, staan!” Het is een van de smeden. Maar de ruin beweegt zich niet. Zijn oogwit wordt donkerder. “Vooruit, ga staan!” Er vallen rake klappen maar hij reageert niet en blijft onveranderd met zijn keel op de balk hangen. Dan wordt het stil in de smederij. De hoefsmeden kijken me vragend aan. Het wit van zijn ogen is nu paars en aders lopen als dikke koorden onder de huid op zijn hoofd. Maar met al zijn agressie en verzet is deze draak erin geslaagd om me nog eens ouderwets driftig te krijgen. Deze keer zal hij zijn zin niet krijgen, wat er ook van komt. En dus: “Niet loslaten!” Daarop volgt een stilte; een doodse stilte. Iedereen staat stokstijf. De stijfkop in de hoefstal blijft hangen. Zijn oogwit verandert geleidelijk in zwart.
    Maar dan, als iedereen denkt dat het met hem is afgelopen, gaat hij ineens staan. Een zucht van opluchting gaat door de smederij. “En nu bekappen. Vlug! Voordat hij opnieuw praatjes krijgt.” Maar hij is volkomen groggy; als een bokser na een knock out. Hij beseft nauwelijks nog wat er om hem heen gebeurt en hij laat zijn voeten een voor een netjes bewerken.

    Afloop
    Niet alleen in de smederij maar ook bij het nemen van de röntgenfoto’s gedraagt hij zich verder voorbeeldig: hij lijkt wel een mak paard. De uitslag van het onderzoek en het resultaat van zijn behandeling herinner ik me niet meer. Alleen de naam Amor is me bijgebleven.


    lees verder

    © Leo Rogier Verberne
    ISBN/EAN: 978-90-818362-5-8
    www.verberneboek.nl