English Nederlands

Veterinaire Verhalen over Paarden


verteld door Leo Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne


Paarden
  • Cover
  • Opdracht
  • Colofon
  • Inleiding
  • Hoefbevangen
  • Kreupelheidsonderzoek
  • Plattelandspraktijk
  • Castreren
  • Klophengst
  • Dampig
  • Infarctkoliek
  • Droes
  • Aankoopkeuring
  • Hoefkatrol
  • Natuurlijk dekken
  • Paardenverlossing
  • Veulenziekte
  • Draadwond
  • Rugpijn
  • Hormoonspuit
  • Baarmoederontsteking
  • Bolspat
  • Verkeersongeluk
  • Dichtzetten
  • Tweelingdracht
  • Hoofdwond
  • Zadelmak maken
  • Auteur
  • 10. Hoefkatrol

    Een paard heeft vier hoefkatrollen: in elke hoef zit er één. Het is een klein botje dat officieel straalbeen heet en dat dwars onderin de hoef ligt. Over die hoefkatrol loopt een pees naar de onderkant van het hoefbeen. Die pees oefent druk uit op de hoefkatrol en die druk kan bijzonder groot zijn bijvoorbeeld bij de landing na een sprong. Maar in het paardenjargon wordt met ‘hoefkatrol’ een bepaalde afwijking bedoeld aan dat straalbeen: de botkwaliteit is dan onvoldoende en geeft aanleiding tot kreupelheid. Die botkwaliteit is erfelijk bepaald. Daarom worden dekhengsten daarop röntgenologisch onderzocht.

    Kreupel
    Straalbeentjes van onvoldoende botkwaliteit worden bij belasting pijnlijk. Zulke paarden gaan kreupel lopen. Doordat de afwijking meestal beide voorhoeven betreft, is die kreupelheid niet zomaar te zien. Vaak komt het pas bij het springen aan het licht. Zo kan weigeren voor de hindernis een gevolg zijn van ‘hoefkatrol’. Meerdere jaren zijn dan geïnvesteerd in opfok en africhting van het paard als blijkt dat het ongeschikt is voor het gebruik als sportpaard. Als het intussen is verkocht, laten de problemen zich raden: koopkwesties en rechtszaken zijn vaak het gevolg. Daarom is een veterinaire keuring bij de (ver)koop van een paard met röntgenologisch onderzoek van hoeven en gewrichten tegenwoordig gebruikelijk. Dat keuringsonderzoek en het maken en beoordelen van de röntgenfoto’s is niet eenvoudig; ze hebben binnen de beroepsgroep geleid tot een specialisatie. De keuring moet liefst plaatsvinden vóórdat wordt geïnvesteerd in de africhting. Maar al te jong is ook niet goed omdat botrijpheid nodig is voor een gedegen oordeel over de sportieve belasting die later mogelijk is.

    Butazolidine
    Paarden met ‘hoefkatrol’ zijn onbruikbaar voor de sport. En goede veulens kun je er niet mee fokken door de erfelijkheid van de aandoening. Daarom werd in het verleden aan zulke kreupele dieren op uitgebreide schaal butazolidine toegediend als pijnstiller. Daarmee waren ze nog wel te berijden. Maar als het medicijn was uitgewerkt, kwam de pijn heviger terug dan tevoren door de ongeremde belasting. Het gebruik en het bezit van butazolidine zijn nu in Nederland verboden.

    001

    bij de landing komt grote druk op de hoefkatrollen

    Zenuwsnede
    Het pijngevoel kan in een deel van de hoeven worden uitgeschakeld: door in de kootholte een stukje uit twee zenuwen te verwijderen, wordt de achterste hoefhelft gevoelloos. En daar zit het straalbeen. Het gevoel in de voorste hoefhelft blijft na zo’n zenuwsnede intact. Daardoor loopt het dier na de operatie normaal. Door deze ingreep geneest de aandoening niet, want de botkwaliteit van het straalbeentje wordt er niet door verbeterd. Alleen het ongemak voor het paard verdwijnt voorgoed omdat de zenuweinden niet meer aan elkaar groeien. In de jaren zeventig en tachtig is die operatie bij honderden paarden uitgevoerd. Sinds de jaren negentig wordt echter bij de selectie van de dekhengsten rekening gehouden met de röntgenopnamen van hun straalbeentjes. Daardoor is de ingreep in de loop der jaren onnodig geworden.

    Stapmolen
    Op een maandagmorgen wordt tijdens het spreekuur gebeld voor een paard dat al een paar dagen slecht eet. Een paardentandarts is er dan nog niet en problemen met het gebit behoren tot het werk van de paardenarts. Achter de verbouwde boerderij van de eigenaar staat een stapmolen. Dat is een grote draaimolen waaraan je zes paarden kunt laten rondstappen. Nu lopen er maar drie: twee stappen opgewekt en fris rond. Maar de derde lijkt door de molen vooruit te worden getrokken aan zijn halstertouw. Hij heeft er weinig zin in op de maandagmorgen. “Dat is Tarzan. Onze Rien heeft er gister in Rooi (Sint Oedenrode) het Z springen mee gewonnen. In de barrage lag het hout op ene meter dertig!”

    Melkkies
    We lopen de stal in naar het paard waarvoor vanmorgen werd gebeld. De slechte eter heeft zijn voer nu helemaal op. “Sakkerju, nou het ie den bak wèl leeg! Vanmerge lag alle voejer van gister d’r nog in.” Maar helemaal leeg is de voerbak niet: op de bodem ligt iets dat lijkt op een steentje. Het is een melkkies. Het jonge dier is z’n gebit aan het wisselen. De blijvende kies drukte de melkkies uit de kaak omhoog. Die kon nog even als een ‘dop’ op de doorbrekende kies blijven zitten en ging voor kauwproblemen zorgen. Maar die zijn nu opgelost: de dop heeft spontaan losgelaten. Dat geeft tijd voor een praatje: “Diejen Tarzan he’k zelf gefokt.” Ik vraag of hij ook de moeder op stal heeft. “Neeje, die he’k sjoars noaderhand al opgeruimd. Die was om den haverklap kreupel.” Kijkend naar de paarden aan de stapmolen, waag ik dan de gok: “Als die poeders bij Tarzan niet zo goed meer helpen, zou je een zenuwsnede kunnen overwegen. Sommige paarden hebben daar baat bij.” We maken een afspraak om de ruin nog dezelfde week te onderzoeken.

    Verdoving
    Bij dat onderzoek loopt Tarzan voorzichtig, een beetje stram eigenlijk. In de wendingen (bochten) is hij licht kreupel. Buigen en aanspannen van de voorhoeven doet hem pijn. Als je dat even volhoudt, is hij daarna kreupel. Na verdoving van de linker voorhoef loopt hij met het rechter voorbeen kreupel: doordat het pijngevoel links is uitgeschakeld, kan hij die hoef nu voluit belasten en zijn pijnlijk gebleven andere hoef ontzien. Dat verklaart de kreupelheid rechts. Als vervolgens ook de rechter hoef verdoofd is, lijkt Tarzan vijf jaar jonger: hij draaft als een speer en tilt zijn staart vrolijk omhoog: dat resultaat mag je straks ook van de zenuwsnede verwachten.

    Operatie
    Drie weken later volgt de operatie. Boven de kogel van beide voorbenen wordt een geleidingsanesthesie geplaatst en het paard wordt suf gemaakt. Niet teveel want hij moet blijven staan tijdens de ingreep. Daarna wordt hij in een hoefstal gezet. Vroeger werd zo’n stal door de hoefsmid gebruikt bij het beslaan van de paarden. Het linker onderbeen bind ik vast op een balk opzij. De huid in de kootholte wordt geschoren en ontsmet. De zenuwen zijn onder de huid te voelen. Na een incisie snijd ik uit elke zenuw twee centimeter weg. De huidwondjes worden met een paar hechtingen gesloten. Klaar. Het been wordt losgemaakt en neergezet. Dan de rechterkant. Als daarna de beide hoeven weer op de grond staan, leg ik drukverbanden aan. Tarzan moet nu drie weken boxrust hebben en daarna drie weken weidegang. Pas dan mag hij opnieuw bereden worden.

    002

    in de hoefstal met een opgebonden voorbeen

    Afloop
    Rien en Tarzan starten daarna weer op de concoursen en ze winnen weer. Het succes is zelfs nog groter dan tevoren. Maar dat blijft niet duren. Een jaar later wordt Tarzan opnieuw kreupel. “Hij heeft het weer.” Deze keer is het Rien die belt. “Die zenuwen zijn zeker weer aan elkaar gegroeid?” Maar de achterste hoefhelft blijkt nog steeds gevoelloos. De oorzaak van de kreupelheid zit deze keer hoger, in de kogel. Als ik die verdoof, draaft Tarzan weer perfect. Op de röntgenfoto’s blijkt de botkwaliteit van de kogelkatrollen matig. Daarvoor is geen operatie mogelijk. Tarzan zal geslacht moeten worden. Toch hebben de eigenaar en zijn zoon geen spijt van de ingreep: het is nog een mooi jaar geweest. En niet alleen voor hen, maar ook voor Tarzan.


    lees verder

    © Leo Rogier Verberne
    ISBN/EAN: 978-90-818362-5-8
    www.verberneboek.nl